Standpunt modernisering secundair onderwijs

20/02/2017

De matrix is geland!

De matrix tweede en derde graad ligt eindelijk vast bij een beslissing van de Vlaamse Regering. De provinciale scholen zijn tevreden dat de matrix geland is. Op die manier komt een einde aan de verschillende snelheden in het onderwijsveld. Nu de Vlaamse Regering de matrix met de 8 domeinen heeft goedgekeurd, is er voor de provinciale schoolbesturen en directies een kader voor de verdere uitbouw van hun schoolconcepten.

Hoe kijken de provinciale scholen tegen de matrix aan?

De provinciale directies hebben de matrix van de Vlaamse regering gelegd naast de algemene principes van het studieaanbod in de 2de en 3de graad zoals uitgeschreven door de onderwijsverstrekkers.

1ste principe: Het studieaanbod speelt in op de diverse leerlingenprofielen

De provinciale scholen stellen vast dat de matrix van de Vlaamse regering op dit vlak een extra inspanning heeft geleverd. Globaal genomen komen nu de verschillende leerlingenprofielen aan bod. We stellen vast dat de herschikking, schrapping en vernieuwing van studierichtingen zich voornamelijk situeren in tso en bso. We hebben echter wel vragen bij het schrappen van tso Textiel- en designtechnieken, een opleiding die werd omgeturnd tot een heel innovatieve nicheopleiding in West-Vlaanderen, gericht op ontwerp en prototyping als antwoord op een duidelijke vraag vanuit de designregio Kortrijk. Deze allernieuwste evoluties in de textielindustrie zijn wellicht onvoldoende bekend en dus onbemind. Daarnaast stellen we vast dat de poot recreatie uit de bso-studierichting Onthaal en recreatie niet terug te vinden is in de arbeidsmarktgerichte studierichting Onthaal en Organisatie in de derde graad. Het provinciaal onderwijs wil hierover in gesprek gaan.

2de principe: Het studieaanbod is transparant

Voor elke studierichting is het duidelijk waartoe deze leidt. We zien in de matrix een koppeling van aso, tso, kso, bso en buso aan drie finaliteiten. Voor de provinciale directies is het belangrijk ouders en leerlingen te informeren waartoe een studierichting leidt. De provinciale scholen zullen de opportuniteit die de matrix op dit vlak biedt optimaal benutten.

Het curriculumdossier is decretaal verworven. Op die manier wordt de vrije beweging van leerlingen tussen scholen en netten vereenvoudigd. Dit is een goede zaak voor leerlingen, ouders en scholen. In de matrix van de overheid zijn verschillende studierichtingen zoals Toerisme, Onthaal en Organisatie aan meerdere studiedomeinen gekoppeld. Hier dient snel uitgeklaard te worden hoe dit zich tot het curriculumdossier verhoudt. Is het zo dat wanneer een studierichting aan verschillende domeinen gekoppeld is, in het curriculumdossier ruimte wordt voorzien voor deze verschillende domeincontexten? De verdere uitrol van curriculumdossiers en leerplannen binnen het complementaire gedeelte moet toelaten dat optimaal kan worden ingespeeld op de regionale noden/verschillen. Dit laat scholen toe om hun eigen schoolconcept verder vorm te geven. Het spreekt voor zich dat de vrije beweging van leerlingen (naar andere opleidingen binnen de school of naar een andere school) niet in het gedrang mag komen.

3de principe: Het studieaanbod is coherent en rationeel

De matrix – zoals goedgekeurd door de Vlaamse Regering – is gebouwd op 8 domeinen. De matrix van de onderwijsverstrekkers voorzag 5 domeinen met subdomeinen. Finaal dient er een keuze gemaakt te worden. Voor het provinciaal onderwijs is het belangrijk dat het domein Taal en Cultuur als apart domein werd weerhouden. Het plaatsen van de studierichtingen Bouwen en Wonen onder STEM was niet alleen een vraag van de aanbodverstrekkers, maar  ook van de sector. Zoals de matrix nu voorligt, zien de provinciale scholen kansen om hun eigen schoolconcept verder uit te bouwen. Het provinciaal onderwijs heeft al een lange traditie in domeinscholen en zal op die manier verder evolueren.

De aanbodverstrekkers hebben ervoor gepleit dat een domein voor de volledige breedte van het continuüm wordt ingericht. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen courante opleidingen en nicheopleidingen. Het provinciaal onderwijs vraagt dat de overheid zo snel mogelijk de invulling van het begrip ‘niche’ uitklaart.  Bij de invulling van de domeinen is het belangrijk dat rekening gehouden wordt met de verschillende profielen van de leerlingen. Het provinciaal kunstonderwijs is tevreden dat de studierichtingen Kunst op voldoende wijze in de doorstroomfinaliteit opgenomen werden, maar betreurt toch het wegvallen van een aantal studierichtingen met een zeer eigen profiel, o.a. Industriële kunst.

Het studieaanbod evolueert mee met o.a. de noden in de sectoren. Zo zal er eerstdaags een nieuw beroepsprofiel Animator goedgekeurd worden. Het is belangrijk dat er een snelle procedure wordt uitgewerkt voor het up to date houden van de matrix.

4de principe: de getrapte studiekeuze

De opbouw van de matrix garandeert een getrapte studiekeuze. Provinciale scholen en centra onderschrijven dit principe, maar stellen anderzijds ook dat hierbij rekening gehouden moet worden met alle leerlingenprofielen, ook met de leerlingen die wel sneller weten wat ze willen. Daarom is het belangrijk om vanaf de tweede graad in sommige heel specifieke beroepsgerichte opleidingen voldoende ruimte te laten voor de ontwikkeling van beroepsgerichte kennis en vaardigheden zodat jongeren op hun talenten kunnen aangesproken worden. Het spreekt voor zich dat na de tweede graad de mogelijkheid moet bestaan om van opleiding te veranderen in de derde graad. We stellen vast dat de matrix inspanningen doet om aan dit evenwicht tegemoet te komen.

5de principe: inclusie

Vanuit de inclusiegedachte en het belang van maatschappelijke participatie, worden in het aanbod secundair onderwijs ook studierichtingen opgenomen voor het buitengewoon secundair onderwijs en voor studierichtingen Leren & werken. We stellen vast dat de matrix en het addendum niet spreken over de centra voor deeltijds leren. We betreuren dit omdat deze centra een belangrijke rol spelen in de opbouw van sociale cohesie. De provinciale scholen voor buitengewoon secundair onderwijs zijn bezorgd over de huidige positie van onderwijsvorm 3 in de matrix. Wanneer deze leerlingen dezelfde (eind)doelen zullen moeten behalen als de leerlingen van het beroepssecundair onderwijs, vrezen zij voor een grote groep vroegtijdige schoolverlaters. Deze leerlingen kunnen nu echter wel via bepaalde trajecten tot beperkte arbeidskwalificaties komen en kunnen zo volwaardig functioneren op de arbeidsmarkt.

Hoe zien de provinciale scholen de toekomst?

De provinciale scholen nemen de vrijheid van organisatie aan om hun schoolconcepten verder te ontwikkelen met bijzondere aandacht voor zorg. Het provinciaal onderwijs staat met o.a. STEM, kunst, voeding-horeca, toerisme, land- en tuinbouw, kapper en lichaamsverzorging, … bekend om zijn sterke aanbod basiszorg. De kansen tot differentiatie en remediëring aangeboden door de conceptnota, zullen de scholen met beide handen aangrijpen. De strijd tegen vervroegd schoolverlaten staat hoog op de agenda van het provinciaal onderwijs.

Provinciale scholen gaan verder met de uitbouw van hun domeinscholen met bijzondere aandacht voor de sterke doorstroomrichtingen.

Kwalitatief arbeidsmarkt- en doorstroomgericht onderwijs kan niet zonder goede infrastructuur en degelijk opgeleid personeel met de vereiste bekwaamheidsbewijzen en nijverheidservaring waar nodig. Hierin is het provinciaal onderwijs sterk. Het koppelen van doorstroomopleidingen aan de realiteitstoets door goed uitgeruste praktijklokalen en infrastructuur in het algemeen, is de troef van het provinciaal onderwijs.

Provinciale scholen die zich willen ontwikkelen tot volwaardige domeinscholen via de programmatieregels, moeten deze mogelijkheid krijgen. Afspraken met partners van het openbaar onderwijs zijn hierbij belangrijk. De programmatieregels dienen duidelijk te zijn en mogen niet leiden tot een ongebreideld aanbod. Bij het opstellen van de duidelijke programmatieregels, verwijzen we ook naar het engagement van de Vlaamse regering om technisch en beroepsonderwijs te valoriseren. Kortom: de programmatie moet eerst en vooral het bestaande tso- en bso-onderwijs verder uitbouwen naar de doorstroomrichtingen. De nicheopleidingen die nu bestaan, moeten de kans krijgen om zich verder te ontwikkelen. Een te grote proliferatie van nicheopleidingen zou contraproductief kunnen werken.

Vanaf 1 september 2018 gaat de vernieuwde eerste graad van start. Het is een logische keuze om de basisopties te koppelen aan de domeinen. Onze provinciale scholen pleiten voor een brede invulling van de eerste graad zodat een leerling kan proeven van het aanbod.

Wat de B-stroom betreft, zijn er nog heel wat onduidelijkheden die uitgeklaard moeten worden. De scholen geven alvast mee dat in het kader van zorg vooral aandacht gegeven moet worden aan functionele geletterdheid en ICT-vaardigheid. De scholen breken een lans voor het behoud van een basisoptie van 17 uur in de plaats van 12 uur omdat dit het meest geschikte kader is om op een geïntegreerde manier aan de basisgeletterdheid op het niveau van het basisonderwijs te werken.

Wat is de volgende stap?

Er dient nu werk gemaakt te worden van de curriculumdossiers. We starten met het curriculumdossier eerste graad – basisopties. Het eindtermendebat is evenwel nog in volle gang. De scholen verwachten nu dat de Vlaamse Regering de randvoorwaarden creëert om van start te gaan. De matrix is een kader die maar waarde krijgt door de invulling in curriculumdossiers.